Nieuws

FARMAPROFIEL
Samenvatting van het onderzoek
Achtergrond
Palliatieve sedatie is een laatste optie voor patiënten die worden geconfronteerd met refractaire symptomen in de laatste fase van hun leven. Tot nu toe is de effectiviteit en de uitkomst van palliatieve sedatie nauwelijks beschreven in de literatuur.
Het merendeel van de terminaal zieke patiënten krijgt morfine (pijnstilling), haloperidol (verwardheid) en zo nodig ook midazolam (sedatie). Het effect van deze geneesmiddelen varieert van persoon tot persoon. Dit kan resulteren in zowel onder- als overbehandeling met ongewenste bijwerkingen. Deze situatie veroorzaakt onzekerheden bij de patiënt, zijn familie en de hulpverleners.
In 2005 is een nationale richtlijn voor palliatieve sedatie geïntroduceerd. Desondanks blijkt uit de schaarse publicaties en onze eigen ervaring dat palliatieve sedatie in 30% van de patiënten onvoldoende symptoomverlichting biedt. Kortom, doseringsschema’s voor palliatieve analgesie (pijnstilling) en sedatie voor terminaal zieke patiënten moeten worden verbeterd.
Doelstelling
Het definiëren van doseringsschema’s voor morfine, haloperidol en midazolam die gebaseerd zijn op specifieke patiëntkarakteristieken, het zogenaamde farmaprofiel. Een populatie PK/PD (farmacokinetiek/-dynamiek) model wordt ontwikkeld, vervolgens wordt een relatie tussen het farmaprofiel en PK/PD parameters gedefinieerd, om tenslotte evidence-based doseringadviezen te formuleren.
Onderzoeksopzet
Prospectieve observationele cohort studie
Populatie
Terminaal zieke patiënten opgenomen in Regionaal Palliatief Centrum Laurens Cadenza.
Parameters/eindpunten
Het ontwikkelen van een populatie PK/PD model voor morfine, haloperidol en midazolam voor terminaal zieke patiënten. Voor elke patiënt zal een farmaprofiel worden beschreven, dat informatie bevat met betrekking tot comorbiditeit, comedicatie, voedingsstatus, laboratoriumbepalingen, demografische en pathofysiologische factoren. Farmacokinetische parameters worden bepaald in bloed en urine met behulp van de LC-MS techniek en analyse met NONMEM-software. NONMEM biedt de mogelijkheid gebruik te maken van een beperkt aantal samples/observaties en de verzameling van samples is niet gebonden aan strikte protocollaire afname tijden (sparse sampling).
Klinische uitkomsten worden geregistreerd aan de hand objectieve en gevalideerde instrumenten voor pijn, verwardheid, sedatie, misselijk/braken, dyspnoe en moeheid om farmacodynamische parameters te bepalen.
Belasting en risico’s
Het discomfort c.q. de belasting voor de deelnemende patiënt is minimaal door de toepassing van NONMEM en LC-MS. Alle geneesmiddelen worden gelijktijdig bepaald in elk buisje bloed.
Een aantal aspecten zijn extra door deelname aan het onderzoek en geen standaard zorg: BIS monitoring van sedatie, bloed en urine verzameling voor het bepalen van geneesmiddel concentraties en een eenmalig DNA afname voor farmacogenetisch analyse. BIS registratie en DNA afname zijn optioneel. Patiënten die aan de BIS registratie niet willen deelnemen kunnen aan de andere aspecten van het onderzoek wel deelnemen.
Bloed wordt bij voorkeur afgenomen in combinatie met klinisch geïndiceerde bloedafname met een venapuntie. Anders vindt afname bij voorkeur plaats uit een venflon. Die methode is het minst belastend om bloed af te nemen voor de patiënt en zijn familie. Gemiddeld zal op 1-2 momenten per dag, met een maximum van 10 per week, 0,5 tot 1 ml bloed worden afgenomen. Het moment van afname is niet strikt gedefinieerd, maar volgt de klinische toestand van de patiënt. Eenmalig wordt een buisje bloed afgenomen voor DNA analyse. Urine wordt alleen verzameld bij patiënten die om klinische redenen een urine katheter hebben.
Informed consent wordt door de patiënt zelf gegeven als hij wilsbekwaam is en voldoende in staat is een dergelijke beslissing te maken. Zijn familie wordt actief om zijn instemming gevraagd. Deelnemers of hun familie kunnen op elke gewenst moment om welke reden dan ook zonder enige consequenties stoppen met deelname aan het onderzoek.
Anniek Masman, arts-onderzoeker, email a.masman@laurens.nl
11 februari 2011

Onderzoek
Onderwijs
Ontwikkeling