Verhaal

Juichen

“Juichen hoe doe je dat……als je een examen hebt gehaald,  als  Feyenoord heeft gewonnen  zoals  dit jaar 2017……..”  Ik had het liefst gevraagd: wil je eens laten zien hoe je dat doet.  In het najaar is er een masterclass over bewegen en beleven rond het sterven.  Bestemd voor artsen/verpleeg-kundigen/verzorgenden/paramedici/ geestelijk  verzorgers.  Ik las het in het najaarsprogramma van  de stichting Leerhuizen Palliatieve zorg.  Nu was het nog vroeg op een mooie zomerse donderdag. Tegenover mij in de tram zaten meisjes met een voetbal.  Op hun school zou de volgende dag een dag voor voetballende meiden worden gehouden. Ik zag een affiche op het schoolraam.  Ik zag bij de school  steeds meer kinderen met een voetbal. Er zinderde iets. 

 De cursus zingeving en spiritualiteit in de palliatieve zorg in de laatste dagen zou om 9 uur beginnen. Er was iemand vanuit Antwerpen gekomen: een psychologe. De anderen waren verzorgenden in de thuiszorg (zzp) of  in een woonvoorziening voor mensen met dementie. Of een tehuis waar niet alleen mensen met dementie woonden tot aan hun levenseinde.  In mijn achterhoofd waren nog de vlaggen die er ook vandaag nog hingen van en voor de geslaagden.   Ik zag die kinderen met hun kleurrijke voetballen….  

Hoe open ik deze cursus als de eerste kennismaking heeft plaatsgevonden?   Het was wel een wat onverwachte vraag: hoe juich je….. en juichen aan een sterfbed…..?   komt dat voor?.... misschien wel , maar dan zal het een ingehouden juichen zijn, soms omdat er een zeer zware tijd voorbij is, soms omdat men geleden heeft onder de gestorvene….  Relaties kunnen vol geweld en misbruik van macht zijn.  Dit is niet het eerste waaraan ik denk. 

 Veel sterven doet zeer, doet pijn….en wat heb je dan nodig? Wat heeft de stervende  dan nodig en wat de familie?   Dat leer je niet op een cursus maar dat ontdek je door open  vragen te stellen.  Het is altijd weer anders…..

Ik had kunnen vragen wat verstaat ieder van jullie onder spiritualiteit. Al meerdere keren had ik ontdekt dat het een woord is dat meerderen niet zonder struikelen over de tong krijgen. Ze nemen het nooit in de mond en als ze het doen stotteren ze. Ik had ook al vaak ontdekt dat  meerderen niet gaan juichen als ze dit woord/begrip horen. Velen vinden het zweverig en  hebben soms zelfs afweer.  Toch hoop ik dat het wat dichterbij komt dat een mens in het levenseinde niet alleen medische, paramedische,verpleegkundige, verzorgende vragen  hebben en niet alleen psychische (ook wel eens verwerkingsvragen genoemd) zoals angsten , maar ook zoals sommigen zeggen existentiële vragen: bestaansvragen, levensvragen, zinvragen.  Ook  religieuze vragen, geloofsvragen, vragen over de vraag: hoe zie ik de dood en wat betekent dat.

Een mens kan ook betekenisvragen hebben. Dit klinkt  nog al deftig en geleerd  en wat moet en doe je daarmee in de zorg van alledag?   ‘we zijn meer bezig met het geven van veiligheid en vertrouwen dan met wassen,’ zei een van de cursisten die vooral werkt voor mensen met een dementie.    Maar toen waren we al een uur met elkaar samen.   Na een uur is de sfeer anders.

Ik wilde niemand vragen om als acteur te laten zien hoe je juicht.  Een rollenspel kan de onveiligheid versterken.  Toch kreeg ik wel een antwoord.  Ik kon het aan de gezichten en de wijze van zitten zien: juichen doe je met armen en benen, met heel je lijf, met hart en ziel. Ja ook je ogen, je oren, je hoofd en je brein doen mee.   Juichen is totaal van heel de mens, maar dan ook weer ieder op zijn wijze.   Een cursist beschreef haar zelf als droog.  Ik had dat niet direct gezien.   Ze keek me vreemd aan toen ik vroeg of ze haar spiritualiteit zou kunnen beschrijven.   Het leek te voelen als een verkeerde examenvraag die kan leiden tot een klacht.  Ik stelde een nieuwe vraag.  Ik vroeg haar hoe een fijne dag ervoor haar uitzag.  Ze beschreef een gewone dag.  Niets opzienbarends.   Ze noemde onder meer: “iets doen met de kinderen……”   Ik keek haar aan en zei: “ en aan je kinderen moet niemand komen?” ik zei het als een gesloten vraag.  Toen vlamden haar ogen. Toen vlamde ze helemaal…..  Ze vonkte… ‘als iemand aan een van haar kinderen zou komen…..”  Ze spuugde net nog geen vuur.  Het zou vernietigend geweest zijn.  

De vraag had haar ziel en haar hart geraakt.  Ineens waren we aan de andere zijde van juichen. Soms is er niets te juichen.   In de tram om elf uur op weg naar mijn volgende afspraak vertelde een conductrice me van een collega die in eigen tijd met zijn gezin op de tram stond te wachten samen met vrienden.  Een van de kinderen van die vrienden had een bal die ineens van het perron op de rails viel. Het kind sprong de bal achterna…..Ik las in de avond in vierde deel van de napolitaanse romans van Elena Ferrante*.  Ineens verdwijnt een kind en niemand vindt  het kind.   “Er is geen erg, erger, ergst……”zegt een vrouw die voor  het  grootste  reisbedrijf in dit land zorg heeft voor rouwenden.   “Alles is erg…..”   

De vrouw die in de cursus zichzelf  “droog” had genoemd en vlamde zei  dat dit anderhalve uur  haar had geholpen om anders te kijken.  Waar je zelf niets inziet kan voor een ander van waarde zijn.     Dat wordt duidelijker als we elkaar levensverhalen vertellen en elkaar  niets opdringen.  “Een collega werd boos en zei dat de duivel in me was gevaren toen ik zei dat ik niet geloofde in God,”   vertelde een  andere cursiste…..

Ik schrok ervan, maar misschien kunnen we elkaar beter vragen: wat doet je juichen  om  elkaars hart en ziel  beter te leren kennen.


Uw reactie is welkom

Marinus van den Berg,  docent leerhuizen palliatieve zorg.

Publiceerde begin februari 2017  Meegaan tot  het einde, uitgeverij Ten have, 2017


*Elena Ferrante,  Het verloren kind,  Wereldbiblotheek

Reacties

Er zijn nog geen reacties.

Reageer