background image
Handreiking voor de ontwikkeling, implementatie en verankering van palliatieve zorg in grote organisaties, juni 2013
19
Belangrijkste resultaten programma palliatieve zorg Maasstad Ziekenhuis tot eind 2012

∑ Voorafgaand aan de ontwikkeling en implementatie van het programma palliatieve zorg is in 2010 een
retrospectief statusonderzoek gedaan, is de tevredenheid van patiŽnten en hun naasten gemeten en
is via medewerkerenquÍtes onderzoek gedaan naar de kennis van medewerkers.
∑ Op 25 januari 2011 organiseerde Maasstad een (goed bezocht) startsymposium, waaraan onder
andere Prof. John Ellershaw uit Liverpool deelnam.
∑ Begin 2011 is een CPT opgericht, bestaande uit verpleegkundigen van Maasstad aangevuld met
specialisten ouderengeneeskunde, tevens consulenten palliatieve zorg. Het aantal consulten stijgt
geleidelijk en richt zich zowel op oncologische als niet-oncologische patiŽnten en op de betrokken
hulpverleners.
∑ Maasstad heeft de landelijke richtlijnen Palliatieve Zorg van het IKNL overgenomen en deze vormen
de basis voor onderwijs en training. Alle artsen en verpleegkundigen hebben het zakboekje `Palliatieve
Zorg' van het IKNL ontvangen met daarin toegevoegd specifieke protocollen voor Maasstad. Een
hyperlink naar www.pallialine.nl is opgenomen in het elektronisch patiŽntendossier.
∑ Binnen het kwaliteitssysteem zijn alle relevante documenten en protocollen voor palliatieve zorg bij
elkaar gebracht en toegankelijk gemaakt voor alle lagen van de organisatie.
∑ In 2012 is binnen het elektronisch patiŽntendossier een digitaal Zorgpad Palliatieve Zorg
ontwikkeld. Het Zorgpad Palliatieve Zorg gaat vooraf aan het Zorgpad Stervensfase. De eerste
versie implementeerde Maasstad in januari 2013 op twee pilot-afdelingen (interne oncologie en de
longafdeling) implementeren. Dit Zorgpad Palliatieve Zorg is dusdanig ingericht dat het data levert
voor kwaliteitsmeting.
∑ Het aanvraag- en antwoordformulier voor de geestelijke verzorging is binnen het elektronisch
patiŽntendossier aangepast.
∑ Het digitale Zorgpad Stervensfase wordt systematisch uitgerold.
∑ Er is een digitaal nazorgdossier ontwikkeld binnen het elektronisch patiŽntendossier.
∑ Voor patiŽnten en hun naasten zijn drie folders ontwikkeld, namelijk: algemene palliatieve zorg
voor patiŽnten en naasten; zorg in de stervensfase (voor patiŽnten en naasten als de patiŽnt in het
ziekenhuis overlijdt) en zorg voor nabestaanden.
∑ Voor artsen, verpleegkundigen en andere betrokken hulpverleners is een onderwijsplan ontwikkeld
met daarin enkele e-learningmodules, interactief themaonderwijs en bedside-teaching.
∑ Voorbereidingen voor het aanvragen van het ESMO keurmerk.
4.4 Conclusies op grond van de praktijkvoorbeelden

Binnen de in de vorige paragrafen omschreven zorgorganisaties hebben de uitwisseling van visie
en ervaring en de inzet van beschikbare expertise en bevlogenheid, in relatief korte tijd tot grote
aanpassingen van het beleid geleid. Versterking van het draagvlak bij de besturen, een planmatige
aanpak, het gebruikmaken van beschikbare kennis en ervaring, transmurale samenwerking en het
rekeninghouden met behoeften van de verschillende betrokkenen, blijken uit de verschillende trajecten
essentiŽle voorwaarden. Voorwaarden die kunnen leiden tot een organisatiebrede aandacht voor
palliatieve zorg.