background image
Handreiking voor de ontwikkeling, implementatie en verankering van palliatieve zorg in grote organisaties, juni 2013
23
o

Realiseer een Consultatief Palliatief Team (CPT), dat bestaat uit verpleegkundigen en medische
specialisten palliatieve zorg aangevuld met andere disciplines, voor ondersteuning en advies.
o
Voer moreel overleg over ethische dilemma's rond het levenseinde.
o
Zorg voor papieren en digitale informatie voor patiŽnten en hun naasten.
o Maak een scholingsplan Denk hierbij aan verschillende thema's, verschillende niveaus van
opleiding, mono- en multidisciplinair onderwijs, e-learning en interactief onderwijs.
o

Heb aandacht voor `zorg voor de zorgenden' (gericht op professionele en vrijwillige hulpverleners).
o
Reserveer financiŽn voor innovatie.
o
Verzorg regelmatig kwaliteitsmetingen (audits).
o
Behaal keurmerken palliatieve zorg (Associatie van high-care hospices).
o
Zorg voor een jaarlijkse verslaglegging.

Aandachtspunten bij het ontwikkelingsproces van een programma palliatieve zorg
∑ Breng professionals (multidisciplinair en organisatiebreed), stafmedewerkers en management bij elkaar
in een project- of stuurgroep, die regelmatig bijeenkomt.
∑ Beantwoord de vraag naar de sense of urgency:
o

Waarom is een programma palliatieve zorg in onze organisatie noodzakelijk?
o

Breng in kaart welke knelpunten er zijn en welke mensen met gedrevenheid en enthousiasme
willen samenwerken aan (betere) palliatieve zorg.
o

Besteed voldoende tijd aan de ontwikkeling van een gezamenlijke visie op palliatieve zorg. Stel
vast wat palliatieve zorg inhoudt, zodat iedereen het over hetzelfde heeft.
∑ Vorm werkgroepen die zaken uitwerken en voorbereiden. Zorg voor beleidsmatige ondersteuning en
structurele terugkoppeling naar en sturing vanuit de project- of stuurgroep.
∑ Geef mensen die weerstand hebben tegen de verandering een plaats in de werkgroep.
∑ CreŽer draagvlak en betrokkenheid bij de medische staf, overige professionals en bij het management,
bijvoorbeeld door het organiseren van een themadag. Maak daarbij gebruik van casuÔstiek uit de
eigen organisatie. Betrek hierbij ook tijdelijke medewerkers, zoals arts-assistenten en leerling-
verpleegkundigen.
∑ Sluit aan bij de behoeften van verzorgenden en verpleegkundigen.
∑ Wees niet te bescheiden en dienstbaar richting het management, de directie en het bestuur. Straal uit
dat er iets goeds en belangrijks wordt geboden en onderbouw dit met data en casuÔstiek.
∑ Zie erop toe dat het programma aansluit bij de identiteit en missie van de organisatie en de doelstellingen
en prioriteiten in het beleid.
∑ Vraag het bestuur ook om financiŽle middelen beschikbaar te stellen voor een programma palliatieve
zorg.
∑ Als er sprake is van een samenwerkingsverband tussen meerdere organisaties: investeer in het
kennismaken met elkaar, in het verkennen van de verschillende culturen en de belangen van de
verschillende partijen. Maak doelstellingen vooraf helder, evenals de verdeling van de financiŽle lasten.
∑ Stel zo nodig een begeleidingscommissie in met `wijze mensen' uit betrokken organisaties.
∑ Stel vast wie de eigenaar/eigenaren is/zijn.
∑ Kom tot een gezamenlijk gedragen plan van aanpak, met een duidelijke fasering en beschrijf de taken
en verantwoordelijkheden. Maak keuzes en stel prioriteiten.