Page 22 - ONLINEVERSIEhandreiking beeldende begeleidingspread_Classical
P. 22
Uit de praktijk blijkt dat de meeste collega-medewerkers vanaf het begin enthousiast zijn over inbedding van beeldende begeleiding, maar dat er ook vragen zijn over de inhoud. En dat sommigen vraagtekens zetten bij de toegevoegde waarde van beeldende begeleiding. • Specifek voor beeldend begeleiders die komen vanuit de vrijwilligersrol: Bij de start is de inhoud van beeldende begeleiding vaak nog niet helemaal duidelijk voor alle collega-vrijwilligers. Ze hebben nog geen zicht op de achtergrond en deskundigheid van de begeleider. Hierdoor kunnen sommige vrijwilligers het idee hebben: “Ik ben heel creatief. Dat kan ik toch ook?” Als colle- ga-vrijwilligers zelf een achtergrond hebben als therapeut of coach kan dit ook wrijving geven. Het is belangrijk om over en weer in gesprek te blijven. Het is zinvol als de staf de professionele achtergrond van de beeldend begeleider en haar specifeke competenties vanuit de kunstzinnige scholing toelicht in een vrijwilligersoverleg. • Specifek voor beeldend begeleiders die komen vanuit de verpleegkundigenrol: In de beginfase kan het voorkomen dat collega-verpleegkundigen de zin nog niet zien van beeldende begeleiding en dat kan de werkrelatie onderling beïnvloeden, of soms verstoren. In enkele gevallen kunnen verpleegkundigen er moeite mee hebben dat hun collega-verpleegkundige een andere rol krijgt toebedeeld binnen het hospice en dat naar deze rol ook tijd en aandacht uitgaat. Ook hier geldt: blijf met elkaar in gesprek. “In het begin waren de verpleegkundigen niet allemaal enthousiast. Nu – een aantal maanden later – rekenen ze op mijn komst en heb ik een eigen plek gekregen in het geheel.” (reactie van intern beeldend begeleider uit een van de deelnemende hospices) 22 - Handreiking - Kleur in de laatste levensfase
   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27