Page 23 - ONLINEVERSIEhandreiking beeldende begeleidingspread_Classical
P. 23
4.2.2 Leerpunten vanuit het project voor de start met een interne begeleider • Schep organisatorisch voorwaarden voor de inbedding van beeldende begeleiding door het maken van goede werkafspraken en het zoeken van mogelijkheden voor fnanciering. • Geef als staf informatie aan de andere medewerkers over beeldende begeleiding: wat houdt beelden- de begeleiding in? Wie is de begeleider? Hoe gaat beeldende begeleiding vorm krijgen? Welke positie krijgt de begeleider in het hospice? Wanneer is de begeleider vanuit welke rol aanwezig? Licht de professionele achtergrond en werkwijze van beeldende begeleiding toe zowel aan verpleegkundigen als aan vrijwilligers. • Doe dit niet alleen bij de start, maar blijf op regelmatige basis informeren. Inbedding van beeldende begeleiding kost tijd. • Heb oog voor de veranderende samenwerking en de reactie van medewerkers op beeldende begelei- ding. Pak vragen en kritiek op en bespreek ze met elkaar. • Kader de verschillende rollen van de interne beeldend begeleider duidelijk in. • Ondersteun de beeldend begeleider om vanaf de start goed met de grens tussen de twee rollen om te gaan en deze grens ook te bewaken. Zodat het voor de vrijwilligers, de verpleegkundigen en ook voor gasten en naasten helder is in welke rol iemand aanwezig is. • Plan de aanwezigheid als vrijwilliger/verpleegkundige en de aanwezigheid als beeldend begeleider op andere momenten in. Dat schept helderheid voor de begeleider zelf en voor anderen. • Spreek met de beeldend begeleider af dat ze zorg draagt voor duidelijke communicatie met de dienstdoende vrijwilligers en verpleegkundigen over vanuit welke rol ze aanwezig is. Ondersteun de begeleider hierbij. • Geef de verpleegkundige die de rol op zich neemt van beeldend begeleider de volgende adviezen: “Als je als beeldend begeleider aanwezig bent: geef aan dat je niet gestoord mag worden omdat je op dat moment niet in de functie van verpleegkundige in huis bent. En zeg dat je op dat moment niet beschikbaar bent als verpleegkundige, behalve natuurlijk in geval van nood. Je kunt je andere rol markeren met bijvoorbeeld het dragen van andere kleding. Draag je als verpleegkundige een wit jasje of andere dienstkleding? Kies er als beeldend begeleider voor om dat juist niet te doen.” • Bespreek met de beeldend begeleider hoe ze het herzien van rollen ervaart. Wat goed gaat en wat verbetering vraagt. • Het is belangrijk om met elkaar de beeldende begeleiding en vooral ook het effect van beeldende begeleiding zichtbaar te maken voor alle medewerkers van het hospice. De ervaring leert dat dat enthousiasmerend is, ook voor diegenen die zich in de startfase afwachtend opstellen. • De twee rollen die de verpleegkundige vervult kan al in het opnamegesprek met nieuwe gasten ge- noemd worden. De ervaring is dat gasten daar positief op reageren. Handreiking - Kleur in de laatste levensfase - 23
   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28