Leerhuizen Palliatieve Zorg

Agenda 

  • Teaching the Teacher Palliatieve Zorg, 27 september 2010»
  • Leven met een levensbedreigende ziekte, 4 oktober 2010»
  • Palliatieve zorg in de huisartsenpraktijk, 14 oktober 2010»
  • De laatste 48 uur, 26 oktober 2010»
  • Rouw, leven na het verlies, 2 november 2010»
  • Palliatieve zorg , de rol van de apotheker, 4 november 2010»
  • Basiscursus Palliatieve Zorg door Specialisten Ouderengeneeskunde, 5-daagse, 15 november 2010»
  • Lijden en dood in de filosofie, 25 november 2010»

Doelen en geschiedenis

Stichting Leerhuizen Palliatieve Zorg

Leerhuizen Palliatieve Zorg is een nieuw onderwijsinitiatief, het is een stichting zonder winstoogmerk. De stichting bestaat sinds 22 februari 2004. Aanloopkosten worden gefinancierd door de initiatiefnemers: De Open AnkhFlorence te Den Haag en LAURENS, Rotterdam, voorheen de KVV, Rotterdam. Fondsen hebben bijgedragen in de financiering van de training van de docenten, de web-site, de folders en de onderwijsmiddelen. Vanaf oktober 2009 participeert ook Zorggroep Rijnmond actief in Leerhuizen. Hospice de Regenboog, verbonden aan verpleeghuis Pniël is onderdeel van deze Zorggroep.

Verpleeghuis en Palliatief Centrum LAURENS Antonius IJsselmonde, waar sinds 1977 projectmatig wordt gewerkt aan de verbetering van palliatieve zorg, is het eerste vliegwiel van Leerhuizen Palliatieve Zorg. Streven is dat in 2008 een van de huizen binnen de Open Ankh ook een Leerhuis zal worden.

Het is nadrukkelijk de bedoeling dat ook hulpverleners die elders dagelijks werkzaam zijn in de palliatieve zorg als docent gaan optreden, dan wel zullen worden opgeleid.

Leerhuizen Palliatieve Zorg richt zich behalve op hulpverleners werkzaam binnen de participerende instellingen, ook op anderen. 

Ik denk dat het onderwijs de komende jaren hetzelfde belang gaat krijgen als in het verleden onderzoek had. De grootste winst in de gezondheidszorg zal niet in de behandeltechnieken zitten, maar in het onderwijs.

prof dr Alf Arnold en prof dr Bart Bijnen, Arts & Auto 4 - 2005